Kennisbank

Concept mapping in onderzoek: van behoeftenanalyse tot ontwerp

De methode is niet alleen een werkvorm maar een erkende onderzoeksmethode. Waar die in een onderzoeksopzet past.

2026-07-22

Group Concept Mapping wordt vaak gebruikt als praktisch hulpmiddel voor een team. Dat is het ook, maar de methode komt uit de evaluatieonderzoekstraditie en is daar sinds de jaren tachtig in gebruik. Voor wie een onderzoeksopzet moet verantwoorden, is dat een relevant gegeven.

Wat het methodologisch is

Concept mapping is een gestructureerde mixed-methodsaanpak. De input is kwalitatief: uitspraken in de woorden van deelnemers. De verwerking is kwantitatief: multidimensionale schaling op een dissimilariteitsmatrix, gevolgd door hiërarchische clustering.

Die combinatie is precies waarom het in onderzoek bruikbaar is. Je verliest de rijkdom van open input niet, maar krijgt er wel toetsbare structuur en betrouwbaarheidsmaten bij.

Waar het past in een onderzoeksopzet

Behoeftenanalyse vooraf. Voordat je een interventie ontwerpt, wil je weten wat de betrokkenen zelf als opgave zien. Concept mapping levert daar een gestructureerd antwoord op dat niet is voorgekookt door de onderzoeker.

Constructontwikkeling. Als je een vragenlijst wilt bouwen voor een gebied waar nog geen instrument voor bestaat, geeft de kaart je de dimensies en de items in de taal van het veld.

Conceptuele kaders (conjecture mapping). Voor ontwerpgericht onderzoek moet je expliciet maken welke veronderstellingen je hanteert. De thema's en de causale verbanden die deelnemers aangeven, vormen daar een empirisch onderbouwde basis voor.

Evaluatie en nulmeting. Omdat de opzet herhaalbaar is, kun je dezelfde focusvraag later opnieuw uitzetten en de scores vergelijken. Dat maakt de kaart bruikbaar als nulmeting voor een langer traject.

De aantrekkelijkheid voor onderzoek zit in de herhaalbaarheid: dezelfde vraag, dezelfde procedure, vergelijkbare uitkomsten.

Wat je moet kunnen verantwoorden

Een reviewer of begeleider zal vragen naar drie dingen.

  • Betrouwbaarheid. De split-half betrouwbaarheid laat zien of de kaart afhangt van wie er toevallig meedeed.
  • Passing. De stresswaarde van de schaling geeft aan hoe goed de tweedimensionale weergave de onderliggende afstanden weergeeft.
  • Keuze van het aantal clusters. Die keuze is inhoudelijk, niet automatisch, en hoort dus onderbouwd te worden.

Die drie horen alle drie in een rapport te staan, met de ruwe data erbij, zodat iemand de analyse kan overdoen.

Bij Erasmus+ en vergelijkbare programma's

Bij internationale projecten komt er een praktisch punt bij: deelnemers leveren input in hun eigen taal, en de rapportage moet meestal in het Engels. Dat is geen probleem zolang de vertaalstap na de analyse zit en niet ervoor, want anders vertaal je de betekenisverschillen weg die je juist wilde meten.

Wat een onderzoeker in de omgeving kan, staat op de onderzoekerspagina.

← Alle artikelen

Benieuwd wat dit voor jouw groep betekent?

Leg je vraagstuk voor, dan zeggen we eerlijk wat er nodig is.

Neem contact op